Home
Gezelschapsdieren
Paarden
Runderen
Varkens
Kleine herkauwers
Links
Nieuws
Contact
Inloggen
Site info
Nieuws
UGCN uiergezondheid studie groep
Doordat we nu meedoen met een studiegroep bij het UGCN, hebben we alle nieuwste inzichten rondom uiergezondheid. Kijk bij capitel RUND voor informatie!!!
 
Enting paard combineren met onderzoek
Als uw paard wordt geent, kunt u ervoor kiezen om uw paard algeheel te laten onderzoeken.
Zo is het van belang om regelmatig het gebit te controleren op haken of andere afwijkingen.
Zijn er bijzonderheden aan het hart of de longen?
Zo zijn er een aantal punten die we graag voor u onderzoeken.
 
Rotstraal (let op bij paarden die veel op stal staan; winter)
Dit is een aantasting van de straal, waarbij ontstekingsvocht vrijkomt. Het wordt veroorzaakt door een bacterie.
Het komt meer voor bij paarden die op stal staan, (inwerking mest en urine). Ook zijn achterstallig onderhoud en smalle hoeven een risico.
Paarden kunnen er kreupel van lopen.
Behandeling is mogelijk, maar voorkomen is beter, hoewel niet altijd mogelijk. De straal dient volledig opgefrist te worden en behandeld met bijvoorbeeld Dryfeet®. Ook kan bij ernstige vormen aangepast beslag noodzakelijk zijn.
 
Ontwormen bij paarden
Niet iedere groep paarden moet het zelfde ontwormd worden. Meer en meer wordt er gericht ontwormd. Dit kan na bloed en/of mest onderzoek. Zo is standaard om de acht weken ontwormen niet altijd noodzakelijk. Vraag de dierenarts voor meer informatie over uw persoonlijke situatie.
 
Gustverklaring bij paarden vóór 1 oktober
Heeft u uw merrie(s) dit seizoen laten insemineren (dekken) en het is niet gelukt ze drachtig te krijgen, dan is het verstandig dit tijdig te laten bevestigen door uw dierenarts.
Als u in aanmerking wilt komen voor reductie op het dekgeld (volgens overeenkomst met uw hengstenhouder) dient u een door uw dierenarts opgestelde gustverklaring bij het hengstenstation in te leveren vóór 1 oktober a.s.
Denk eraan dat er ook bij merries die vroeg dragend zijn bevonden, nog embryonale sterfte op kan treden (10 à 15 % sterfte tussen 14 en 40 dagen dracht!). Om teleurstelling te voorkomen is het nogmaals scannen van deze merries na 40 dagen dus zeker zinvol.
 
Kalfziekte preventief behandelen:
De melkkoe van tegenwoordig is gevoelig voor kalfziekte. Vaak zijn het de 2e of 3e kalfskoeien met een hoge verwachtingswaarde.
De kans op te lage Calcium concentraties rond het kalven kunnen verlaagd worden door in de droogstand aangepast dieet te geven.
1) Een lage Calcium voorziening in de droogstand
2) Eerder een laag voederniveau
3) Een verhoogde Magnesium voorziening
4) Een acidogeen rantsoen (veel Cl, S, PO4, weinig Na, K)
Ad.1. Minder dan 50g Calcium per dag. Maiskuil en voederbieten!, let wel op genoeg ruwecelstof (‘prik’) in het voer.
Ad.2. Laag voederniveau is gunstig voor Ca-voorziening na de partus. Voeder dat onderhoudsbehoefte dekt, plus energie voor 5-10kg melk (± 1,3 x onderhoud). Zo voorkom je vervetting in droogstand en dan is de eetlust na de partus beter.
¬Ad.3. Mg is een belangrijk co-enzym om vit D te maken. Dit staat in voor de Ca-mobilisatie uit het been en een verhoogde resorbtie uit de darm. Bv MgCl2
Aanbevolen dosering: 4-8 gram Mg per Kg droge stof.
Ad.4. Een zuur rantsoen bevordert de opname van Ca uit de darm. Zo zijn voeders met hoog Cl en laag Na hier een voorbeeld van. (in gras zit veel K).
 
Pinkengriep:
We zitten weer bijna in de herfst, wat betekent dat de kalveren weer beschermd moeten worden tegen pinkengriep. Met een enting vanaf 12 weken leeftijd en een maand later nog eens beschermt u uw jongvee.
 
BVD infectie:
Nu we in Nederland al geruime tijd bezig zijn om bedrijven te screenen (BVD quick-scan) merkt men dat het belangrijk is om te blijven screenen. Zo heeft de GD een aan te raden tankmelk-onderzoek (zie www.gezondedieren.nl) en nu ook een nieuw programma jongvee.
Op aangetaste bedrijven adviseren wij steeds de drager op te sporen met bloedonderzoek en het vee te enten, enkel de drager opsporen kan nog wel eens tegenvallende resultaten bieden, blijkt uit de praktijk. Ook zal de veehouder van een BVD vrij bedrijf met de dierenarts samen moeten overleggen of hij ook niet moet enten.
 
Neospora positieve koeien:
We krijgen veel vragen wat te doen bij een positieve uitslag van neospora bij verwerpers.
Een positieve koe zal vruchbaarheidsproblemen geven en abortus (let wel, dit hoeft niet).
Meestal (90%) komt de infectie van moeder (verticaal), dus moet men de nakomelingen niet aanhouden van positieve moeders. Verder zijn honden een bron, dus: uit stal en wei weren (uitwerpselen kunnen infectie doorgeven).
Bij 1 of 2 positieve dieren hoeft men op bedrijfsniveau geen stappen te ondernemen (= normaal), maar als hoeveelheid positieve te hoog (aantal verwerpers moet < 6%) is, dan zal het best een steekproef genomen worden.
Tankmelk is pas positief als >15% positief is.
 
Lammertijd
Enkele tips rondom de aflammertijd:
- Voer de ooien enkele weken voor het lammeren bij met brok. Begin met 100 gram per dier per dag per week, en laat dit oplopen tot:voor een texelaar ooi 300 a 400 gram krachtvoer net voor het werpen en een kruisling ooi tot 1 kilo brok.
- De hoeveelheid die nodig is voor het bijvoeren is afhankelijk van wat er nog meer gevoerd wordt; de hoeveelheid en kwaliteit van het gras en ander ruwvoer.
- De melkproductie van de ooi is het meest zo'n 3 tot 5 weken na het lammeren, hierna kan de hoeveelheid krachtvoer weer verminderd worden en is het beste om de lammeren zelf bij te voeren.
- Ontsmet de naveltjes van de lammetjes snel na de geboorte met een 10%-ige jodiumoplossing of gebruikt CTC-spray om het binnen dringen van bacterien via de navel zoveel mogelijk tegen te gaan en zo de kan ontstekingen te verminderen. Werk hierom ook zo schoon mogelijk: was regelmatig de handen, houd de aflammerhokjes zuiver, ed.
- Ontworm de ooien voor dat ze met de lammeren naar buiten gaan, vergeet hierbij niet de ram en de dieren die niet lammeren.
- Ontworm de lammeren als ze 4 tot 6 weken oud zijn en minimaal 2 weken buiten gelopen hebben.
- Bekap tegelijkertijd met het ontwormen ook de klauwtjes van de moederdieren.
- Entingen voor de lammeren zijn er voor het Bloed en voor Zomerlongontsteking:
Lammeren van geente moederdieren tegen het bloed zijn ongeveer 6 tot 12 weken beschermd afhankelijk van de hoeveelheid biest die ze gedronken hebben. Lammeren van niet geente moederdieren kunnen vanaf 2 weken oud geent worden, ze zijn dan 10 tot 14 dagen later beschermd. De meeste uitval vindt plaats bij dieren van 3 tot 10 weken leeftijd.
De enting voor het Bloed kan gecombineerd worden met een enting voor Zomerlongontsteking. Het beste is om de lammeren voor de leeftijd van 4 weken te enten en dit na 4 tot 6 weken later te herhalen.
Houdt ook het stalklimaat hierbij goed in de gaten.
 
Schijnzwangerschap bij honden
Onlangs kwam een Cavalier King Charles Spaniel voor oorcontrole op het spreekuur. De oren zagen er weer fris uit en de hond schudde niet meer met de kop. Desondanks wilde Flower niet meer graag mee wandelen. De vraag kwam of dit niet van de oordruppels kon komen. Verder onderzoek bracht een andere aandoening aan het licht. Door knijpen in de achterste tepels stroomde de melk eruit. Het probleem was duidelijk: Flower was schijnzwanger. De hond is dan niet zwanger, maar denkt dat ze een nest pups te verzorgen heeft. Bij een niet gesteriliseerde teef treedt dit 2-3 maanden na de loopsheid op. De hond wil gaan graven, sjouwt met speeltjes, wil graag thuis blijven, verdedigt haar omgeving en het eten is ook niet meer belangrijk. Het advies was in dit geval makkelijk: zoveel mogelijk de hond afleiden en vaker gaan wandelen. Als dit onvoldoende helpt, zouden tabletjes voorgeschreven kunnen worden. Het baasje van Flower was in ieder geval gerustgesteld en ging tevreden de deur uit. In de dierenartsenpraktijk komt dit probleem nog steeds vaak voor. Voorkomen is beter dan genezen;  sterilisatie van de teef is de beste oplossing. Tevens voorkomt sterilisatie ook baarmoederontsteking, melkkliergezwellen en ongewenste zwangerschap.
 
De echte reu
De echte reu, oftewel de ‘intacte’ reu, kan ons in het dagelijks leven soms problemen bezorgen. Denk hierbij aan: een terugkerende voorhuidontsteking, eigenzinnig of dominant gedrag, weglopen, rijen op voorwerpen, overal tegenaan plassen, uitvallen naar en vechten met andere honden. Een vroegtijdige castratie, kan dit gedrag verhelpen. Op latere leeftijd geeft castratie alleen een vermindering van het gedrag, een deel van het gedrag blijft bestaan uit gewoonte. De seksuele problemen, zoals de voorhuidontsteking, een vergrote prostaat of testikel tumor zijn wel verholpen. Een hormonale prik (chemische castratie), kan de problemen voor 6 weken of soms wat langer, verminderen. Er is nu ook een implantaat wat minstens 6 maanden de problemen verhelpt. Let wel op; als u uw hond laat castreren, maar ook bij de chemische castraties heeft de hond minder calorieën nodig. Geef uw dier dus na een castratie minder eten en het blijft een vrolijke, actieve hond!
 
Honden: Jeuk, jeuk… en nog een beetje jeuk…
Met het komen van het warme weer, beginnen ook de allergieën weer te kriebelen. Allergieën zijn veelzijdig, de juiste oorzaak van de jeuk kan vaak lastig te bepalen zijn. Bij de jonge en hele oude hond denk je in eerste instantie aan parasieten (vlooien en diverse mijtsoorten). Maar heeft de hond het eerste levensjaar gepasseerd, dan zijn allergieën het meest waarschijnlijk. Als de hond de meeste jeuk achter op de rug heeft, zal de allergie door vlooien veroorzaakt zijn (ook al zijn ze op dat moment niet meer vinden). Een goede vlooienbehandeling is dan de beste therapie en voorzorgsmaatregel, in de meeste gevallen zal ook een jeukstillend middel van de dierenarts nodig zijn. Heeft de hond voornamelijk jeuk aan bek, oren, oksels en liezen, dan zal de atopie (allergie voor planten en grassen) op nummer 1 staan en voedselallergie op nummer 2. Een voedselallergie is relatief makkelijk te bevestigen door 6 weken speciaal voer te geven of zelf te koken (rijst met geitenvlees of tofu), geen enkel ander lekkers mag dan gegeven worden. Blijft de hond toch krabben, dan kan een bloed- of huidtest de atopie bevestigen. Bepaalde medicijnen en/of speciaal voer kunnen de jeuk in dat geval doen verminderen. Desensibiliseren kan een meer blijvende oplossing geven. Dit houdt in, dat de hond maandelijks een prikje krijgt met de stof waar hij allergisch voor is, hierdoor kan het lichaam de stof beter gaan accepteren. Zoals je kunt lezen kan een beetje jeuk toch een moeilijke puzzel betekenen, die uiteindelijk wel opgelost kan worden, maar daar is het nodige geduld en begrip voor nodig…
 
Een hond met een groot hart…
Door het warme weer, kunnen honden met een minder goede werking van het hart opeens problemen krijgen. De hond loopt niet meer zo snel mee. Het dier hijgt meer, hoest af en toe, m.n. ’s ochtends en bij opwinding, wordt wat magerder of krijgt juist een dikke buik.
De oorzaak kan liggen in lekkende hartkleppen en/of een slechtere hartspier en/of ritmestoornissen.
Meestal begint de hartverslechtering met het lekken van de hartkleppen. Dit kan uw dierenarts horen tijdens de jaarlijkse controle. Door verergering van de lekkage van de hartkleppen, moet de hartspier harder gaan pompen. De hartspier overrekt en wordt hierdoor slapper. In deze situatie begint de hond klachten te vertonen. Doordat de hartspier zich begint te verwijden kunnen daarnaast ritme stoornissen ontstaan.
De ritmestoornissen kunnen flauwtes veroorzaken, de hond kan even buiten bewustzijn raken.
Een complicatie van hartproblemen is het ontstaan van een infarct in bijvoorbeeld de hersenen.

De diagnose van hartfalen is te stellen door de dierenarts d.m.v. lichamelijk onderzoek, eventueel aangevuld met röntgen, echo en/of ECG.

De behandeling van hartproblemen bestaat uit medicatie, een speciaal dieet en aangepaste beweging. De tegenwoordige hartmedicijnen zijn sterk verbeterd t.o.v. een aantal jaren geleden, ze kunnen het leven van een hartpatiënt verlengen en veraangenamen. Het speciale voer bestaat uit hartspier versterkende ingrediënten. De aangepaste beweging bestaat uit vermijden van extreme inspanning, m.n. bij warm weer, maar het goed in conditie houden van uw hond blijft van belang.

 
Het gebit bij de hond
De dierenarts vertelt:

Deze week werd ik opgebeld door een zeer verontruste eigenaar.
Truffel, haar 10 jaar oude poedeltje wilde al 3 dagen niet meer eten. Hij kwijlde vaker en zat niet meer lekker in zijn krullenpak. Mevrouw was bang dat nu toch het moment was aangekomen om afscheid te nemen van haar trouwe Truffeltje.
Een afspraak voor dezelfde dag werd nog gemaakt.
Truffeltje komt met de kop naar beneden binnen en maakt inderdaad een hele zielige indruk.
Na het emotionele verhaal nog een keer verteld te hebben, zet mevrouw Truffel op tafel voor het onderzoek.
Tijdens het algehele onderzoek wil Truffel met geen mogelijkheid in zijn bekje laten kijken, een onaangename lucht wordt door ons wel waargenomen. Aan de linkerkant vertoont zich een bult op de wang net onder het oog.
Aan het einde van het onderzoek lukt het ons toch om naar de tanden te kijken. Verschillende rotte kiezen en tanden worden getoond. De bult blijkt een kieswortelabces te zijn.
Ondanks de wat hogere leeftijd wordt uitdrukkelijk een gebitsreiniging geadviseerd. De ontstekingen aan de tanden kunnen namelijk overslaan naar de hartkleppen, de nieren en de longen. Wat voor een oudere hond gevaarlijk kan zijn.
Truffel krijgt meteen een antibioticumkuur en wordt de volgende dag geholpen. Enkele dagen later belt mevrouw me op: Truffel is weer zo vrolijk als een jonge hond en alles smaakt weer lekker!
 
Honden fokken: in blijde verwachting
Menigeen lijkt het leuk om een keer een nestje te fokken met zijn of haar hond. Verstandig is het om alles even op een rijtje te zetten.
Allereerst staat de gezondheid en het karakter van beide ouderdieren bovenaan. Met betrekking tot de gezondheid kun je op de website van de ‘Raad van Beheer’ (www.raadvanbeheer.nl) kijken, welke erfelijke problemen bij uw ras het meeste voorkomen.
Ondanks het feit, dat u geen stamboom wenst, is een controle op deze aandoeningen door uw dierenarts gewenst. Een ‘fokker’ blijft namelijk verantwoordelijk voor de gezondheid van de pups.
Indien een stamboom tot de mogelijkheden behoort, dient gelet te worden op de nieuwe ‘stamboomprocedure’ en behoren de erfelijke aandoeningen ‘officieel’ gecontroleerd te worden, denk maar aan het o.a. opsturen van officiële heupdysplasie foto’s.
Daarnaast dient bij de kennismaking van de toekomstige vader (en dat geldt natuurlijk ook voor de moeder), gelet te worden op het sociale (en werk)karakter. Is de hond vriendelijk naar vreemde mensen en soortgenoten? Luistert de hond graag of gaat hij zijn eigen gang? De meeste karaktereigenschappen van beide ouders, zullen namelijk in de pups weer tevoorschijn komen.
Indien de definitieve keuze is gemaakt en de keuringen zijn positief uitgevallen, kan de dekking gepland worden.
Het dektijdstip wordt meestal gekozen op de 11e en 13e dag, rond die dagen vindt ook de bloedkleuromslag van de loopsheid plaats en is de teef het meest willig om gedekt te worden.
Om teleurstellingen te voorkomen kan eventueel m.b.v. bloedafname de juiste dekdatum gekozen worden, vanaf de 7e dag wordt de teef dan om de dag door de dierenarts gecontroleerd. Zij hoeft dan bij een juiste bepaling maar 1x gedekt te worden.
En dan is het afwachten…enkele kenmerken zijn al te zien: de vulva blijft groter, de tepels beginnen wat te zwellen, de teef wordt wat aanhankelijker, maar niets is zeker.
Vanaf 3 weken dracht kan dan een echo gemaakt worden, dit om te kijken of er een groot of een klein nest in aankomst is.
En na 9 weken is het zover…de weeën beginnen, de vruchtblaas komt tevoorschijn. Indien de weeën intensief zijn, behoort de volgende pup binnen een ½ uur te komen, bij matige weeën mag de teef tussendoor wel 2 uur pauze houden. Meestal kan de teef alles wel alleen, een enkele keer dient ze geholpen te worden door het vlies te verwijderen of de navelstreng door te scheuren of dicht te knijpen. De geboorte is wat dat betreft een hele mooie gebeurtenis…het wonder is geschied.
 
Chippen: Wonderen bestaan niet!


Enige tijd geleden, werd in onze dierenartsenpraktijk, door de dierenambulance, een witte kat binnengebracht. Wit kon je het niet meer noemen, maar dat was ze wel geweest. Het dier was vel over been, de vacht was vervilt in klitten en de huid had diepe wonden. De ogen lagen diep in de kassen en de kat was behoorlijk uitgedroogd. Op onze praktijk werd ze ondersteund met infusen en geconcentreerd voer. Op een warmte matje en onder een warmtelamp kon haar lichaamstemperatuur van 36,5 ¢ªC weer stijgen tot de gebruikelijke lichaamstemperatuur van 38 ¢ªC. De klitten werden weggeschoren. Het bloedonderzoek bevestigde alleen de uitdroging, lever nieren en suiker bleken goed te zijn, alhoewel de kat door de ondervoeding wel 19 jaar oud leek. Langzaam aan kon de kat weer stevig op haar poten staan en begon weer vrolijk te mauwen. Helaas was in de omgeving geen vermissing van een witte kat bekend. Normaal zou deze kat na de behandeling vervolgens naar het asiel gaan, maar gelukkig was de kat gechipt!
Terwijl de poes bij ons herstellende was, deed de dierenambulance onderzoek naar het chipnummer. De eigenaar werd achterhaald. Deze bleek helemaal in Hilversum te wonen! De kat, met de naam Sientje, bleek al maanden vermist te zijn en had zich in die tussentijd van Hilversum naar Helmond verplaatst!
De eigenaren waren dolgelukkig! Tijdens de zwangerschap van de vrouw lag Sien nog op haar buik te slapen. Nu was de tweeling al geboren, zonder het bijzijn van deze bijzondere kat.
Hieruit blijkt dat we het geluk ook naar ons toe kunnen trekken door ons dier te laten chippen en we dus niet alleen afhankelijk zijn van de wonderen van een dierenleven.
Chippen wordt momenteel zowel bij hond, kat als paard regelmatig gedaan. De chip wordt met een injectienaald onder de huid gebracht, vaak in combinatie met de vaccinatie, sterilisatie of castratie. Uiteraard kunt u het beste de chip al als kitten of pup laten plaatsen, daar de landelijke en internationale registratie levenslang is
 
Een nieuw kitten!
Denk niet zwart, denk niet wit, denk aan de kleur van je hart…

Veel mensen roepen “meer blauw op straat”, wij wensen meer zwart-wit in huis!
Oké we geven toe, vergeleken met een lapjes, een rode of een cypers/grijze kat is de kleur bij de zwart/witte kat vergeten.
Wat veel mensen alleen niet weten is dat bij katten de kleur invloed heeft op de karaktereigenschappen later. De lapjes en schildpad poezen staan bekend om hun ‘eigen willetje’. De rode kater staat (bij soortgenoten) vooral bekend om zijn sterke karakter. De cypers/grijze kat is de meest neutrale. En onze zwart/witte vriendjes jaja… zijn het ‘liefste’!
Behalve de kleur van de katten is ook de socialisatie van de kittens van groot belang voor het karakter later. Een kitten, opgegroeid in een gezin met kinderen, zal zich bij de nieuwe kattenliefhebbers sneller thuis voelen en zich aanhankelijker en ondernemender gedragen. Let dus op bij het uitzoeken van een nieuwe vriend, hoe hij is grootgebracht.
Thuis aangekomen is het ook beter om zo snel mogelijk een afspraak te maken met een dierenarts om de nieuwe aanwinst te beschermen tegen ernstige ziektes in het eerste levensjaar. Sterk aan te raden is natuurlijk de chip, zodat elke kat weer snel thuisgebracht wordt bij vermissing. Zelfs ‘binnenkatten’ maken af en toe een ommetje als het raam open staat en vanaf een bovenwoning is er ook altijd een weg naar beneden. Het huisje terugvinden is dan niet altijd gemakkelijk… Naast de vele, leuke kittens wachten ook nog tal van lieve, gevonden oudere katten in het asiel. Hiervan is het karakter al bekend en maakt de keus gerichter en zeker niet minder goed. We hopen dat de gevonden, (zwart-witte) kat uit het asiel, zijn kwaliteiten bij u kan showen en u hem een kansje geeft!!!

Informeer bij de dierenambulance Helmond: www.dierenambulancehelmond.nl of 0492-517537


 
Help, mijn kat doet het naast de bak!!!
Help, mijn kat doet het naast de bak!!! Een kat, die naast de bak plast, is nog steeds voor vele kattenliefhebbers een zeer onaangename bijkomstigheid. Deze onzindelijkheid van de kat kan de volgende 3 oorzaken hebben: • Hormonaal • Psychologisch • Medisch De hormonale oorzaak van onzindelijkheid zien we bij de jonge poes of kater vanaf 6 maanden wanneer de krolsheid bij de poes of de seksuele driften van de kater op begint te spelen. Een sterilisatie of castratie is dan de oplossing. Een psychologische oorzaak ontstaat, wanneer de poes of kater onvoldoende mogelijkheden heeft om de kattenbak te kunnen of willen bereiken. Een oplossing kan worden gecreëerd door meerdere kattenbakken te plaatsen op rustige plaatsen in het huis. Het verwijderen van de kap op de kattenbak of het wisselen van kattenbakvulling kan ook wel eens helpen. Ter ondersteuning zijn er ook bepaalde sprays in de handel. Daarnaast kan het eten geplaatst worden op de favorieten plasplekjes, maar wel ver weg van de kattenbak. Ook kan het helpen om de omgeving van de kat tijdelijk te verkleinen tot de benedenverdieping, 1 kamer of zelfs een bench, om zo de onzindelijke ‘gewoonte’ te doorbreken. Een medische oorzaak is waarschijnlijk de meest voorkomende oorzaak. Een urine onderzoek en bezoek aan de dierenarts kan hierbij uitsluitsel geven. De kat heeft dan een blaasontsteking al dan niet gecombineerd met blaasgruis of blaasstenen. Let op met katers, die hier en daar in huis slechts enkele druppels urine verliezen of maar blijven persen om te plassen; hiervoor is een spoedbezoek aan de dierenarts noodzakelijk. Door een verstopping van de blaas door blaasgruis of steentjes kan de kater namelijk niet meer plassen en zal daar aan sterven indien hij niet meteen behandeld wordt. Als behandeling krijgt de kat meestal antibiotica, pijnstiller, eventueel gecombineerd met speciaal voer of blaasbeschermende middelen. In het slechtste geval is een katheterisatie of penisamputatie noodzakelijk. Naast de medische behandeling zal de verzorging ook wat aangepast moeten worden. In de meeste gevallen zal gewichtsverlies belangrijk zijn, alsmede de zindelijkheidstraining (zie ook: psychologische oorzaak). Veel vers water aanbieden i.c.m. meer blikvoer, zal de kans op een terugkeer van de problemen verminderen. Al met al zijn er nog vele oplossingen voor de onzindelijkheid bij katten mogelijk, vraag hiervoor bijtijds bij uw dierenarts, voordat de onzindelijkheid een ‘gewoonte’ is.
 
Pijnherkenning bij onze huiskat
We weten wanneer onze kat honger heeft, naar buiten wil of graag geaaid wil worden, maar hoe zien we eigenlijk wanneer onze kat ergens pijn heeft. De kat heeft namelijk daar haar eigen manier voor.
In de eerste plaats zal de kat proberen een toename van de pijn te voorkomen. Zo zal een binnenkat zich minder bewegen en zal een buitenkat onregelmatiger thuis komen.
In huis valt op dat de kat zich minder vaak uitstrekt en de krabpaal onaangeroerd laat.
Om ons duidelijk te maken dat ze zich niet op haar gemak voelt zal ze vaker gaan mauwen, zoals ze voorheen ook deed om bijvoorbeeld eten te krijgen, maar nu zal dat eten haar minder interesseren.
Daarnaast zal de kat ons niet meer zo enthousiast begroeten bij thuiskomst en springt zij niet meer gezellig op de bank of het aanrecht. We zien haar niet meer zo vaak spelen met haar speeltje en wil eigenlijk ook niet meer opgepakt of geaaid worden.
In veel gevallen is de pijn bij onze oudere kat toe te wijzen aan arthrose van de gewrichten.
Daarnaast kunnen een aantal van bovengenoemde gedragingen, in combinatie met specifieke gedragingen zoals plassen buiten de bak of vaker de bak bezoeken, een duidelijke aanwijzing zijn voor blaasontsteking. Soms wordt de kattenbak ook vermeden door de associatie met (rug)pijn en zal het dier zowel de ontlasting als de plas buiten de kattenbak doen, om zo comfortabel mogelijk haar behoeften te kunnen kwijtraken.
In het vervelendste geval wil de kat elk contact met huisgenoten vermijden en zal dan agressief gedrag vertonen naar zowel de kat en de mens.
Ook kan bij een specifieke pijnlijke ervaring, de kat alleen onaardig zijn tegen bijvoorbeeld de kinderen in huis. Speciale huisregels kunnen de onderlinge omgang dan verbeteren.
Voor deze verschillende ‘pijnervaringen’ zijn er momenteel goede pijnstillers en voeders om het ‘leed’ bij onze kat te verminderen, hiervoor kunt u informeren bij uw dierenarts.
 
Ons huiskonijn!

Het tamme konijn met zijn zachte, lieve en vrolijke uitstraling komt in ons gezin steeds vaker voor. Het dier past zich gemakkelijk aan en vraagt niet teveel onderhoud. Zijn nieuwsgierige karakter en hoge aaibaarheid geeft plezier aan kinderen en volwassenen. Zowel met de hond, als de kat kan het konijn zich best amuseren. 
Wat bij de verzorging van een konijn een voordeel is, is dat je ze zindelijk kunt maken op een kattenbak. Bij een ram kan dit makkelijker gaan, als ze gecastreerd zijn. Mogelijk territoriumgedrag wordt dan vermeden. Sterilisatie van het vrouwtjes konijn, heeft als voordeel dat ze niet meer zwanger of schijnzwanger worden, maar ook baarmoederkanker (een veel voorkomend probleem bij oudere vrouwtjes) wordt voorkomen. De uitvoering van deze operatie wordt tegenwoordig met regelmaat gedaan en de risico’s zijn daardoor een stuk kleiner geworden.
Behalve de dagelijkse verzorging moet een konijn ook 2x per jaar gevaccineerd worden tegen de dodelijke ziekten Myxomatose en VHD. Dit zijn 2 ziektes waar konijnen eigenlijk altijd dood aan gaan. Inenting is het enige wat je voor je konijn kan doen om overlijden aan een van deze ziekten te voorkomen.
De tanden en de kiezen groeien, in tegenstelling tot andere huisdieren, gewoon door. Bij onvoldoende kauwen, een verkeerde stand of een verkeerde voeding kunnen ze onaangenaam lang worden. Je ziet dan dat het konijn een natte onderkin heeft en wel wil eten maar het niet kan. 
Konijnen moeten veel vezels eten: dit houdt in dat hun voeding uit veel hooi en weinig brokjes moet bestaan. Als je dit rantsoen aanhoudt, slijten de tanden van je konijn en hebben ze weinig kans op diarree of gasvorming in de darmen. 
In de zomer heeft een konijn met een natte achterhand (van diarree of urine) risico op myasis (vliegenlarven in de vacht). Zie je groene vliegen bij je konijn, zit je konijn stil in een hoekje, bijt het in zijn vacht of ruikt het ineens onaangenaam, dan is de kans groot dat het maden heeft en is een spoedig bezoek aan de dierenarts belangrijk!
In de zomer is het konijn met zijn dikke vacht ook extra kwetsbaar voor oververhitting in de volle zon. Zorg dat het konijn in de schaduw kan zitten als het dit wil.
Als men deze dingetjes in de gaten houdt, zoals elk dier zijn aandacht vergt, kan het konijn een gezellig en vooral gezond kameraadje zijn.

 
Een waterschildpad met dikke ogen en een vieze neus.

Bij waterschildpadden zien we vaak dikke ogen en een vieze neus. De oorzaak van dit probleem is vaak vit. A gebrek, onvoldoende waterkwaliteit en/of klimaatafwijkingen. In het beginstadium is dit goed te behandelen. In een later stadium is behandeling niet altijd meer succesvol. Bijna 30 % van de overleden schildpadden heeft vergevorderde longproblemen. Dus tijdig behandelen is belangrijk.



  • Voeding: Geef een goede kwaliteit kattebrok zoals Iams of Hills, per 200 gram lichaamsgewicht 1 korrel per keer. Verder kun je vers groenvoer zoals appel, komkommer, tomaat, banaan, etc geven. Eventueel kan dit dieet aangevuld worden met een multivitaminepreparaat ca 0,2 ml/kg lich.gew. per week. Geef niet meer dan 100.000 IE vit. A per kg. anders heb je kans op vergiftiging.
  •  Verzorging: De temperatuur van het water moet 20 tot 25 graden C zijn. De luchttemperatuur moet ongeveer hetzelfde zijn. Geef een warmtelamp boven land om te zonnen. De temperatuur van de lucht mag niet boven 40 graden C komen. Het plekje op het land moet tochtvrij en rustig zijn zodat de schildpad niet te vaak schrikt en snel in het water duikt; stress vermindert de weerstand. Het water moet schoon zijn. Dit betekent filteren en minimaal 1 x per week verversen.
  • Ogen: Als de ogen dicht zitten door ontsteking dan moeten deze voorzichtig opengemaakt worden met een nat wattenstaafje. Dit is pijnlijk maar noodzakelijk. Een schildpad die niets ziet, eet niet. Kazige uitvloeiing voorzichtig verwijderen en een passende oogzalf van de dierenarts in de ogen druppelen. Minimaal 4 x daags gedurende 2 a 3 weken.
  • Verstopte neus: De neusgaten spoelen met fysiologisch zout (verkrijgbaar bij de dierenarts), zodat luchtpassage weer mogelijk is.
  • Longontsteking: Gedurende minimaal 10 dagen een antibioticum. De dierenarts kan een geschikt antibioticum voorschrijven.

Een schildpad met longontsteking, dikke ogen en neusuitvloeiing is ernstig ziek. Niet alle dieren die in een dergelijk vergevorderd stadium zijn genezen nog. Intensieve verzorging en optimalisering van de leefomstandigheden zijn noodzakelijk om nog enige kans op genezing te bieden. Beter is het om al in het begin in te grijpen. Het eerste teken dat er iets mis is, zijn vaak de dikke oogleden. Controleer dan of er misschien iets mis is met de huisvesting of de verzorging. Bij een goede verzorging kan een waterschildpad heel oud worden.